Opstaan

 

Heerlijk warm is zo'n bedje ’s morgens vroeg, denkt Hieke. Ze wil er niet uit. Ze wil niet komen eten en ze wil zich zeker niet aankleden. Kleren zijn koud en haar pyjama is zo lekker warm. Hij ruikt ook zo heerlijk naar slapen en naar dromen.

Maar "het moet" zegt haar moeder en "schiet nou toch eens op" moppert haar vader.

Hieke doet het lekker toch niet. Ze
gaat er niet uit. De hele dag niet, en misschien wel nooit meer.

Hieke doet haar ogen dicht. Als je ogen
dicht zijn ben je er niet. En wanneer je er niet bent kunnen ze ook niet zeggen dat je uit bed moet.

In de keuken fluit de ketel dat hij
klaar is. Hieke is nog lang niet klaar met slapen.

"Ze zoekt het maar uit," hoort ze haar
vader zeggen.

Waarom is hij nu weer zo boos?

Het wordt stil in de slaapkamer. Lekker zo alleen. De zon kriebelt door de gordijnen. In de keuken rinkeldekinkelen de borden. Hieke ruikt thee en warme melk.

In haar slaapkamer is het toch wel erg stil. Iedereen is al naar de keuken. Dat maakt het hier zo leeg en zo eenzaam. Wat prikt die zon...

Gemeen is dat hoor, om het in de keuken gezellig te maken en haar helemaal alleen achter te laten. Met een boos gezicht stapt Hieke uit haar bed.

"Ik vind jullie helemaal niet lief," moppert ze terwijl ze op haar stoel klimt.
Haar vader begint te lachen. Wat zijn ze gemeen allemaal.

Boos drinkt Hieke haar melk. Ze krijgt het een beetje koud, zo in haar pyjama en met blote voeten. Als ze maar niet denken dat ze zich gaat aankleden. Dat gebeurt niet. De hele dag niet, en misschien wel nooit meer.

Straks moet ze natuurlijk weer mee boodschappen doen.
Nou, dat doet ze zéker niet.